Toevallig was ik kort daarvoor op retraite in een contemplatief klooster. Er heerst daar een ogenschijnlijke nutteloosheid. Wat mensen die zes tot zeven keer per dag bidden in een kerkje. Tussendoor voor hun levensonderhoud zorgen. Wie heeft daar wat aan? De ervaring in het klooster liet me stilstaan bij het onderscheid tussen nut en zin. In onze hypernerveuze samenleving is het samen bidden een nutteloze bezigheid die weinig bijdraagt aan efficiëntie en resultaten. Maar is het zinvol? Ja, van het soort waar maar weinig ruimte, maar veel behoefte aan is.
Het gebed in onze gemeenschap heeft een kleinere rol dan in het klooster, maar is niet minder essentieel. Het is één van de weinige momenten op de dag dat we het ‘waarom’ los laten. Het bidden is haar eigen doel en niet een middel om iets te bereiken. De vraag wat het heeft opgeleverd, hoeft niet gesteld te worden. Bidden is o.a. een plaats waar ik oefen in het loslaten van resultaat-gedreven leven. De relatie tussen resultaat en waarheid wordt gecorrigeerd in de ledigheid van het gebed.
Simone Weil stelt dat het wezen van het gebed bestaat uit ‘opmerkzaamheid’. Hier herken ik me in: je cultiveert een ruimte waarin je niets hoeft te zijn, van waaruit je je kunt openstellen voor wat er is. Een helder kijken, naar jezelf, maar ook juist naar de wereld om je heen en jouw relatie daartoe.
En dat vormt de brug naar een zinvol leven. Een leven waarin je durft te handelen vanuit een grondbesef van liefde en waarheid, en niet in dienst van efficiëntie. Een leven waar je vanuit vertrouwen kan ‘openstaan voor een kracht die via jou wil werken, zonder dat je het weet’ (woorden van Trappisten monnik Thomas Merton aan Jim Forest in: ‘Letter to a young activist’, 1966).
In onze gemeenschap, die van buitenaf misschien vooral om andere redenen radicaal of activistisch gecategoriseerd wordt, is het gebed mogelijk de grootste daad van verzet. Maar ook: het onderscheid tussen bidden en handelen vervaagt als je er zo naar kijkt. En zo sta ik weer op een guur parkeerterrein voor de muren van de vreemdelingengevangenis, te zwaaien naar de opgesloten migranten, een lied te zingen dat vervliegt in de wind, stil te zijn met op de achtergrond het geronk van een vliegtuig of marechaussee-wagen. Heeft het nut? Misschien niet. Maar zin heeft het zeker.

