Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

Het verhaal van Chadrac

Gerard, 27/11/2025, Jaargang 37 nr. 2

We kunnen ons als Nederlanders geen voorstelling maken van het leven dat de armsten in Afrika leiden. Onze huisgenoot Chadrac uit RD Congo deelt graag zijn verhaal, om duidelijk te maken hoe hard het leven er voor velen is. Afrikaanse vluchtelingen wagen niet voor niets hun leven om naar Europa te gaan.

Ik ben in 2002 geboren in Kinshasa, hoofdstad van de RD Congo. Toen ik vijf was, overleed mijn vader. Hij was militair. Mijn moeder moest vanaf toen in haar eentje zorgen voor mij en mijn twee jaar jongere broertje Manuel. Ze komt uit Goma, in de oostelijke provincie Noord-Kivu, helemaal aan de grens met Rwanda. Ze kon dus geen beroep doen op familie om haar te helpen. We konden de daarop volgende jaren wel in het huis blijven wonen. Maar toen ik negen of tien was, kwamen militairen langs en hebben ons uit huis gezet. Mijn moeder heeft nog geprobeerd hen te betalen, maar ze had gewoon niet genoeg geld.

Overleven

We zijn toen gaan wonen op de Vélodrome, een grote open plek in de wijk Kitambo waar heel veel daklozen leven. Op een dag vertelde mijn moeder aan mijn broertje en mij dat ze brood ging halen. Wij wachtten en wachtten, maar ze is nooit teruggekomen. Ik weet nog steeds niet wat er is gebeurd, of haar iets is overkomen, of de militairen haar misschien iets hebben aangedaan, ik weet het niet. Ik was elf, mijn broertje negen.

Vanaf die dag moest ik zien te overleven op straat samen met mijn broertje. Ik probeerde hem zo goed mogelijk te beschermen. Ik zocht in vuilnisbakken naar voedsel. Vlakbij de Vélodrome is een katholieke kerk. Priesters kwamen regelmatig om mensen voedsel te geven, wat kleding en boeken ook. Ik ging vaak naar de markt om marktvrouwen te helpen. In ruil daarvoor gaven ze me eten en een beetje geld. Later kwam ik een man tegen die een werkplaats had waar deuren en vensters worden gemaakt. Ik heb hem mijn verhaal verteld en hij gaf me werk. Ik ging elke dag naar de werkplaats en heb er leren lassen.

Regelmatig kwamen oppositiepartijen langs op de Vélodrome om jongeren te ronselen voor hun demonstraties. Ze gaven ons gratis t-shirts en bij de demonstraties zelf kregen we wat geld, 1000 of 2000 frank. Dat is 30 tot 60 eurocent, voor ons was dat veel. Begin februari 2024 kwamen ze weer, voorafgaand aan een grote demonstratie op 12 februari. Maar vlak erna, ik meen de 6e, kwamen er ‘s avonds laat vier of vijf wagens langs op de Vélodrome en namen alle jongeren die ze vonden mee. In een grote afgesloten ruimte werden we ondervraagd. Mijn broer en ik zijn allebei meegenomen, maar hij zat in een andere wagen dan ik.

Ik vertelde dat ik niet meedeed aan de demonstraties, omdat ik elke dag moet werken in de werkplaats. Ik moest mijn naam geven en die van mijn vader en moeder. De man die me ondervroeg bleek mijn vader te kennen. Ik denk dat ze me om die reden hebben laten gaan.

Kinshasa

Onder de brug

Ik ben hierna gevlucht uit het land. Ik kwam uiteindelijk in Nederland terecht, eerst twee maanden in Ter Apel, daarna in een AZC ergens in Zeeland. Maar na een paar maanden hebben ze me op straat gezet. Ik ben naar Amsterdam gegaan. In de buurt van station Sloterdijk heb ik een maand onder een brug geslapen. Een Afrikaanse mevrouw heeft me aangesproken en toen ze hoorde dat ik op straat sliep, heeft ze me een tijdje opgenomen in haar huis. Via de kerk waar ze me mee naartoe nam, ben ik in contact gekomen met hulporganisaties. Die hebben er uiteindelijk voor gezorgd dat ik in het Noëlhuis terecht kon.

Het is fijn dat ik hier veilig ben met aardige mensen om me heen. Maar ik ga elke maand naar een psycholoog. Ik slaap bijna niet. Eerst kreeg ik slaapmiddelen, maar dat willen de artsen me niet meer geven. Ze hebben me het advies gegeven veel te sporten.

Gods bescherming

Het ergste voor me is dat ik niet weet waar Manuel is. Ik heb geprobeerd te achterhalen waar hij is. Een paar keer ben ik bij het Rode Kruis geweest. Zij vroegen me naar een adres maar die hadden we niet, we leefden immers op straat. Elke dag bid ik voor hem. Ik weet niet of hij leeft of dood is. Ik wil niets liever dan hem weer zien.

Op straat in Kinshasa heb ik de meest verschrikkelijke dingen gezien. Als iemand ziek was, was er geen geld om medicijnen te kopen. Zo iemand ging vaak na een paar dagen dood. De politie kwam dan en nam het lichaam mee. Ik heb heel veel vrienden verloren. Velen zijn dood, of verslaafd geraakt aan alcohol of drugs. Dat mij dat niet is overkomen is echt niet mijn verdienste. God heeft me beschermd. Het geloof heeft me in leven gehouden. Er moet een reden zijn dat ik nog leef, daarvan ben ik overtuigd. Die overtuiging houdt me gaande.

 

  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19