Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

Wie zwijgt, stemt toe

Ilmira, 22/05/2025, Jaargang 37 nr. 1

Drie dagen voor oudejaarsavond, terwijl de straten van Amsterdam glinsterden van de kerstverlichting, stapten mijn tienerdochter en ik De Krijtberg binnen, een ruimte waar de tijd leek stil te staan. Voor het altaar liggen poppen, zorgvuldig gewikkeld in witte lijkwaden – stille symbolen van verliezen die te immens zijn voor woorden. Het orgel speelde. De kerk vulde zich met mensen. 

En toen hoorden we de verhalen van Palestijnse kinderen wier leven was afgebroken – te vroeg, te oneerlijk. Op dat moment waren ze niet langer alleen maar ‘slachtofferstatistieken’ – hun namen werden hardop uitgesproken. “Maryam, 8 jaar oud, hield ervan om de zee te schilderen en droomde ervan lerares te worden. Ze stierf onder het puin van haar huis.” “Omar, 5 jaar oud, verzamelde hartvormige stenen. Hij stierf in een ambulance die het ziekenhuis nooit heeft bereikt.” De kerk was muisstil. Mijn dochter kneep in mijn hand, terwijl ze tranen tegenhield. Deze kinderen waren geen nummers meer. Het waren mensen. Lotgevallen. Dromen die nooit zouden uitkomen.

Toen de verhalen werden voorgelezen en de herdenkingskaarsjes werden aangestoken, stonden de mensen één voor één op om de poppen te pakken en drukten ze tegen hun borst alsof ze hun eigen kinderen vasthielden. Ik keek toe, wetend dat elke witte lijkwade om die poppen mijn werk was. Dertig steken – ik dacht eerst dat het een eenvoudige taak was, totdat de naald zwaar werd door het besef: ik herhaal het gebaar van moeders die de lijkwade voor hun kinderen naaien. Op dat moment bad ik dat mijn handen nooit die pijn zouden hoeven voelen.

Na de viering stapten we de kou in. De processie naar de Dam was een stille rouwmars. Alleen het geluid van een trom die elke zevende stap sloeg, weerklonk. Elke stap droeg een gewicht van verdriet, en herinnerde ons eraan dat zwijgen een vorm van medeplichtigheid is aan onrecht. De organisatoren ontvouwden een groot wit spandoek, bedekt met honderden namen: Ahmed, Lina, Yusuf, Amina…, allemaal bedoeld om gehoord te worden.

Mensen op de stoep stopten, lazen, bevroren. Sommigen sloten zich aan bij de stoet. Verdriet was niet langer abstract.

Onder de grote kerstboom op de Dam lieten we de wit ingepakte figuren achter. Het contrast tussen feest en rouw was oorverdovend. Deze poppen waren geen versieringen; ze waren een schreeuw – om eraan te herinneren dat de wereld nog steeds gevuld is met pijn die we niet mogen negeren.

Toen we wegliepen, dacht ik bij mezelf: statistieken kunnen worden vergeten, maar een naam die hardop wordt uitgesproken blijft voor altijd in het geheugen gegrift. En als onze handen niet bij machte zijn om oorlog te stoppen, dan mogen onze harten op zijn minst niet zwijgen. Ik merkte dat mijn dochter dit alles in haar hart mee naar huis nam. Moge haar herinnering aan deze namen een brug worden naar de vrede die we moeten bouwen.

Gaza Mothers ‘No in nuestro nombre’, door Juana Alicia Araiza en Genny Lim
  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19