Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

Ter Apel door de ogen van Kamila

Ilmira, 22/05/2025, Jaargang 37 nr. 1

Kamila werd geboren in Rusland. Toen ze vijf jaar oud was, moesten wij ons huis verlaten en belandden we in Nederland. Mijn dochter is nu 13 jaar en tot voor kort was ze niet te onderscheiden van duizenden andere Nederlandse tieners – ze fietste rond, wisselde grappen uit met klasgenoten en speelde gepassioneerd voetbal. Na acht jaar hier was ze een echte dochter van Amsterdam geworden: ze spreekt vloeiend drie talen, kijkt reikhalzend uit naar Sinterklaas, verkiest brood met pindakaas boven melkpap, het traditionele ontbijt van Russische kinderen. Maar één dag veegde alle kleur uit haar wereld weg en verving die door de grijze muren van het asielzoekerscentrum Ter Apel.

De schok van de eerste confrontatie met de realiteit.

Het asielzoekerscentrum verwelkomde ons onvriendelijk. In plaats van huiselijke warmte: fouilleringen en een overvolle kamer met vreemden. In plaats van schoolbellen: een benauwende sfeer. In plaats van kindergelach: het schrille geroezemoes van onbekende talen en de klachten van mensen die alle hoop verloren hebben.

Ik huilde bijna elke nacht van schuldgevoel, omdat mijn kind op deze verschrikkelijke plek moest verblijven, naar grove grappen moest luisteren die COA-medewerkers maakten in de veronderstelling dat niemand ze begreep. Het voelde alsof we in een parallelle wereld waren gegooid waar de tijd bevroren was en menselijke waardigheid een luxe.

Ik zag hoe mijn dochter worstelde met de paradox van haar situatie. Zij, met haar goede Nederlands en opvoeding waarin ook Nederlandse tradities een plek hadden, werd plots een ‘buitenstaander’. COA-medewerkers legden haar neerbuigend uit hoe je vuilniszakken gebruikt.

De wanhoop bereikte een dieptepunt toen ik de kampadministratie probeerde duidelijk te maken dat mijn kind terug naar school moest. De reactie ontmaskerde de meedogenloze realiteit van het systeem. Een COA-medewerkster lachte me recht in mijn gezicht uit. Ze zei dat mijn dochter nog heel lang geen school zou zien. Kamila hoorde dit gesprek. Ik zag de tranen over haar wangen rollen. Ze huilde geluidloos, alsof ze zelfs dát recht niet meer had. Geen lessen, geen trainingen, niets – alleen een monotoon bestaan zonder doel, in afwachting van wat ‘het systeem’ met je zou besluiten.

“Soms voel ik me alsof ik langzaam oplos,” bekende Kamila eens. “Alsof een onzichtbare gum me uit deze wereld wist.”

De echte horror kwam met het besef van eindeloosheid.

Een ontmoeting met een jonge Russische man in een rolstoel onthulde een wrede waarheid: zeven maanden in het systeem zonder één euro steun, met voedsel dat soms nauwelijks menswaardig was. Op dat moment zag ik in de ogen van mijn kind wat geen moeder ooit wil zien: absolute, allesverslindende hopeloosheid.

In asielzoekerscentra is geen ruimte voor kindervreugde. Gelach hier klinkt onheilspellend. Bewakers controleren documenten bij de ingang, alsof iemand hier vrijwillig naartoe zou willen. “Dit is geen gevangenis,” zeggen COA-medewerkers, maar voor ons was het verschil niet duidelijk.

Na zes gruwelijke weken in Ter Apel werden we overgeplaatst naar Assen. Geen verbetering: een enorme expohal verdeeld in hokken, zonder privacy. Vier vrouwen in één ‘kamer’ zonder plafond, constante herrie die gesprekken overstemt.

We dachten hier nog enkele weken te moeten blijven, maar gelukkig kregen we een transfer naar een AZC en daarmee eindigde onze extreme tour. Opvallend genoeg herinnerde ik me een dag voor de verhuizing een vers uit de Koran waarin staat dat Allah na elke moeilijkheid verlichting schenkt. Ik herhaalde het zo vaak in mezelf dat het werkelijkheid werd.

Toen we terugkwamen in Amsterdam, vroeg ik mijn dochter wat het zwaarst was geweest. Haar antwoord zette me aan het denken. Het bleek dat het verlies van haar identiteit het meest pijnlijk was voor het meisje. Voor het systeem is ze nog ‘een vluchteling’, een vreemde. Voor andere vluchtelingen is ze een onbegrijpelijke Nederlandse tiener die hier niet thuishoort.

Dit werd een serieuze beproeving voor het kind. En dit is niet alleen haar verhaal.

Deze diepgaande vraag aan de samenleving dwingt ons om na te denken. Hoe bepalen we iemands thuishoren – via officiële documenten of via hun gevoel van identiteit? Maar weinigen zoeken een antwoord op deze vraag, en ondertussen bevriezen duizenden kinderen zoals Kamila in een kwellende toestand tussen een verloren verleden en een toekomst die aan hen voorbijgaat.

  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19