De afgelopen jaren ontvangen we regelmatig huisgenoten die hun land zijn ontvlucht vanwege discriminatie en geweld tegen lhbti+mensen. Meestal gaan ze heel discreet om met hun seksuele geaardheid. Begrijpelijk gezien de agressie die ze in hun thuisland en in opvangcentra hebben meegemaakt. De verhalen die we soms horen zijn gruwelijk, te gruwelijk om te bevatten.
Oordelen opschorten
Heel soms zijn huisgenoten allesbehalve discreet, zoals Sheila, een transvrouw uit Pakistan die eind vorig jaar een kleine twee maanden bij ons logeerde. Ze droeg het liefst kleurrijke gewaden en sieraden en veel make-up. Met haar rijzige, lange gestalte en haar lange zwarte haar was ze een echte verschijning.
Eerlijk gezegd houd ik mijn hart een beetje vast wanneer we een flamboyant iemand zoals Sheila opnemen in huis. Hoe zullen onze huisgenoten reageren? Eigenlijk gaat het altijd goed. Onze huisgenoten willen net als wij er het beste van maken met elkaar. Wanneer iemand vriendelijk en behulpzaam is, worden eventuele oordelen normaal gesproken snel opgeschort.
Een veilige plek
Wij waken er als gemeenschap over dat ons huis een veilige plek is voor iedereen, ongeacht zijn of haar religieuze en etnische achtergrond, gender of seksuele voorkeur. Discriminatie staat in onze huisregels in hetzelfde rijtje als diefstal, geweld en seksuele intimidatie.
Seksuele diversiteit binnen onze gemeenschap – te midden van alle andere diversiteit – is in de loop der jaren steeds vanzelfsprekender geworden. Het is er gewoon en dat is goed. Wij verheugen ons met onze lhbti+huisgenoten over hun vriendschappen en liefde. Partners en vrienden zijn altijd welkom.
We zijn een gemeenschap waarin religie en geloof een belangrijke rol spelen. We laven ons dagelijks aan de bron die het evangelie is voor ons, en voelen ons verbonden met de wijdere christelijke gemeenschap. Des te pijnlijker is het voor ons wanneer religieuze leiders zich negatief uitspreken over seksuele minderheden en hun relaties. Zoals afgelopen maart, toen het Vaticaan haar afkeuring uitsprak over het zegenen van homoseksuele relaties. Dit soort uitspraken dragen hoe dan ook bij aan een klimaat van uitsluiting en geweld tegen seksuele minderheden. Waarom zou de kerk geen mensen zegenen die overduidelijk een zegen zijn voor anderen? Waarom zou de kerk geen relaties kunnen zegenen die overduidelijk een bron van vreugde en troost zijn voor betrokkenen?
Wij kunnen niet anders dan verklaren hoe gezegend wij ons voelen met onze lhbti+gemeenschapsleden, vrienden en huisgenoten. Het negatieve oordeel van kerkelijke leiders draagt niets bij aan het Rijk Gods waar wij naar verlangen. Wij blijven hopen op en werken aan een kerk die ook voor onze lhbti+vrienden tot zegen is, in woord en gebaar.

