Ismaelah is geboren in 1977 en heeft drie kinderen in Gambia. Na het overlijden van zijn vrouw wonen ze bij zijn zus. De twee oudsten van dertien en elf, jongens, zitten op een goede school. Sally, de jongste van negen, nog niet. Zij vindt dat oneerlijk: “Pappa, we zijn voor jou toch alle drie evenveel waard?” Ismaelah geeft haar groot gelijk. Wat Sally op haar gebrekkige openbare school doet – leren en uitblinken – doen haar broers niet zo goed op hun school.
Ismaelah vertelt: “Ik neem het onderwijs voor mijn kinderen in Gambia heel serieus. Het is mijn hoogste prioriteit. Kinderen zijn de wijze ouderen van morgen. Ik heb zelf alleen maar lagere school gedaan. Daarna leerde ik voor loodgieter. Na viereneenhalf jaar leerde ik ook de aan- en afvoer van hotels, dat is anders dan bij huizen. Ik werkte van 2004 tot 2012 in hotels, onder andere als tweede chef van de loodgieters. Ik heb daar wat Nederlands geleerd, want driekwart van onze toeristen zijn Nederlanders.”
Je moet door
“Ik verliet Gambia in 2012, omdat ik niet blij was met onze regering. Het was een dictatuur. Er waren protesten en een coup, journalisten en studenten werden vermoord en er was weinig werk meer. Ik ging naar Libië en werkte daar bij een Grieks bedrijf om het oude systeem van septic tanks om te zetten naar aansluitingen op de riolering. De baas wilde me niet laten gaan, maar toen ik genoeg had verdiend, kon ik een plekje op een bootje bemachtigen en ging ik verder. Er was geen water en geen eten aan boord. Gelukkig werden we gered door de Italiaanse kustwacht. In Bari vond ik werk in een Japans restaurant. Ik verdiende € 1050,- per maand, elf uur werken per dag, behalve maandag. Italianen tellen dagen, geen uren. Ze zeggen: “€ 35,- per dag”. In de middagpauze en ’s avonds laat verkocht ik op het strand en op de boulevard zonnebrillen en Afrikaanse souvenirs die ik bij de Chinezen goedkoop inkocht. Zo ondersteunde ik mijn familie.
In 2014 overleed mijn vrouw aan malaria. Ze was een hele goede vrouw, eerlijk en schoon. Dat was een grote slag. Maar je moet door voor de kinderen. Na verloop van tijd kreeg ik Italiaanse vrienden. De vader van een van hen had een groothandel in voeding voor huisdieren. In 2016 ging ik daar werken. Van 8 tot 16 uur. Dan rustte ik uit en ’s avonds ging ik weer zonnebrillen en souvenirs verkopen. Wij importeerden en distribueerden diervoeding door heel Italië. Maar toen corona kwam, moesten ze vier mensen ontslaan.
Op zoek naar werk
In mijn eerdere jaren in het restaurant had ik een Nederlander leren kennen. Hij kwam daar vaak op vakantie. Hij zei altijd: “Kom toch naar Nederland. Ik heb een schoonmaakbedrijf en je kan bij mij werken.” Ik had € 1800,- corona schadegeld van de Italiaanse regering gekregen en ik moet voor mijn kinderen zorgen, dus ik belde hem om te zeggen dat ik wilde komen. Hij zei dat het goed was, maar toen ik hier kwam, bleek dat zijn bedrijf door corona geen kantoren meer had om schoon te maken. Ik was verbijsterd. Waarom had hij dat niet meteen gezegd?!
Gelukkig had ik het nummer van een landgenoot die bij het Oosterpark woont. Hij zei dat ik vijf dagen bij hem kon logeren. Daarna vond ik een hostel voor € 14,70 euro per nacht in een kamer voor acht. Elke ochtend ging ik naar bouwplaatsen om werk te vragen als loodgieter en schilder. Af en toe had ik werk. Ik zag ook eens een man lopen met een rolmaat en verf. Ik vertelde hem dat ik nieuw in de stad was en werk zocht. Hij zei dat ik maandagochtend bij zijn huis moest komen. Ik kwam met schone kleren en hij nam mij eerst mee om werkkleding te kopen. Het was een hele aardige Braziliaan die getrouwd is met een Nederlandse arts. We hebben nog steeds contact.
Nieuw hoofdstuk
Toch was het leven heel moeilijk. Ik heb in december vijf dagen met elf anderen uit het hostel in het Vondelpark geslapen. In het park leerde ik Agnes kennen en die nodigde me uit voor het kerstdiner. Via Agnes leerde ik Elianne kennen in De Nieuwe Stad. Zij hielp mij om een burgerservicenummer te krijgen en een bankrekening. Van een Poolse man uit het hostel had ik het nummer van een uitzendbureau gekregen. Nu ga ik elke ochtend om zes uur met de bus naar Aalsmeer. Daar werk ik in een cactus groothandel. Binnenkort krijg ik een kamer van mijn werkgever. Ik ben aan een nieuw hoofdstuk in mijn leven begonnen. Als je werkt en belasting en verzekering betaalt, dan kun je na verloop van tijd Nederlander worden.
Ik betaal € 800,- per kind per jaar voor de goede school, en dan nog transport en huiswerkbegeleiding. De huiswerkbegeleider van de jongens zegt, net als haar huidige lerares, dat Sally intelligent en leergierig is en een betere school verdient. Ik moet in de loop van dit jaar mijn papieren in Italië vernieuwen. Dat gaat bureaucratisch en kost tijd en geld, terwijl ik dan niet kan werken. Ik hoop dat ik de reiskosten en de huiswerkbegeleiding voor Sally na de zomer zelf kan dragen. Ze kan ook de boeken van de jongens gebruiken. Maar ik zoek sponsors voor het schoolgeld, zodat Sally ook naar de goede school kan.”
Mede dankzij u kunnen wij Sally sponsoren.

