Pia Pavelić (19) is opgegroeid in het kleine dorpje Ruttershausen in Duitsland waar ongeveer 1500 mensen wonen. Vanuit haar huis, dat ze deelde met haar ouders en jongere broer, keek ze uit op de bossen en reeën die daar wonen. En nu woont ze in een kamertje in Amsterdam in een huis met twintig mensen uit alle streken van de wereld. Hoe is dat zo gekomen?
Lockdown met veel mensen
“Eerder dit jaar deed ik eindexamen op de middelbare school. We hadden al een maand geen klassikale lessen meer gehad en moesten toen op school diverse examens doen. Het was een interessante tijd. Het was heel stil in het schoolgebouw, veel leraren waren oud en bang voor besmetting, maar alles ging goed.
Na de examens wilde ik, voor mijn studie zou beginnen, wat tijd voor mezelf nemen. Het lijkt me de perfecte tijd om na te denken over mezelf en om bij te dragen aan de wereld en de landen die geleden hebben onder de Duitse bezetting in de vorige eeuw. ASF klikte bij mij. Ik droomde ervan om verschillende landen te bezoeken. Ik heb echt geluk gehad. Ik zit nu, door corona weliswaar vast in één land, maar wel in een huis met mensen uit allerlei streken en culturen. Veel van mijn vrienden zitten alleen in lockdown, maar ik heb veel mensen om mee te praten hier in huis.”
Privileges
Pia komt uit een interessante familie. Haar vader is Kroaat, haar moeder is Duitse. Haar Duitse grootouders waren peuters toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Grootvader groeide op in een platgebombardeerd Dresden. Grootmoeder moest als tweejarige uit Silezië vluchten, toen dit gebied aan Polen werd toegevoegd. Haar Kroatische grootmoeder is een sterke vrouw die in de jaren zestig zonder man en met twee kleine kinderen naar Duitsland kwam. Ze is nu bijna 80 en gaat nog iedere week naar de sportschool.
“Zelf heb ik altijd een leven vol privileges gehad,” zegt Pia, “een mooi huis, goede opvoeding, ik ben wit en heb weinig moeilijkheden gehad. Ik denk dat het goed is om een tijdje samen te wonen met mensen die het moeilijker hebben, zodat ik een ander perspectief op het leven meemaak. Ik hoop snel Nederlands te leren, zodat ik op een dieper niveau kan praten met de mensen hier.”
“Na mijn vrijwilligersjaar hoop ik psychologie of geschiedenis te gaan studeren. Ik heb een heel goede geschiedenislerares gehad en daar ben ik nog steeds dankbaar voor. Ze had het niet alleen over droge feiten, maar legde steeds verbanden met de huidige situatie in de wereld. Ik hoop ook meer over de Nederlandse geschiedenis te leren dit jaar.”
Frustratie en hoop
“Ik word altijd boos en verdrietig wanneer ik onrechtvaardigheid zie of gebrek aan empathie. Vooral discriminatie maakt me boos, omdat mensen worden uitgesloten vanwege dingen waar ze zelf niets aan kunnen doen, zoals huidskleur of seksuele geaardheid. Ik vind het ook frustrerend als ik niet weet hoe ik daar iets aan kan doen. Wat me hoop geeft is wanneer ik mensen ontmoet die proberen te helpen. Dit huis is daar een goed voorbeeld van. We kunnen allemaal kleine dingen doen om het leven van anderen beter te maken.”

