Samen met Daan maakte ik een spandoek waarop de laatste woorden van George Floyd kwamen te staan. Het greep me aan om die woorden langzaam, letter voor letter, op het doek te schrijven. Wat een angst, en wat bleef de man beleefd! Verstikkend voelde het, terwijl de lentezon scheen en er grapjes werden gemaakt in de keuken.

We gingen met een kleine groep naar het Nelson Mandelapark, waar de demonstratie werd gehouden. Ik ontmoette er een groepje vrienden die uit de stad hierheen waren gefietst. We zagen buren, bekenden, oud-huisgenoten en heel veel andere Bijlmerbewoners. De toespraken waren indrukwekkend. Vooral de spreekster die ons vroeg de vuist in de lucht te steken en te houden tot het einde van haar speech. “Houd vol!” riep ze, “het wordt steeds zwaarder en onze strijd tegen racisme waarschijnlijk ook. Maar houd vol! Het wordt beter!”
Voor mij is het helemaal niet zwaar. Ja soms, als iemand zich racistisch uitlaat en ik niet goed durf om er iets van te zeggen. Maar meestal raakt racisme mij niet. Ik ben wit in een overwegend witte maatschappij, met een Nederlandse naam in een Nederlandstalig land, met een paspoort zelfs.
Zwaar is het voor de kleine Titi van vijf, die zichzelf niet mooi vindt, omdat ze zwart is en helemaal niet op Elsa lijkt. Of voor haar moeder, die al een half jaar bij ons woont maar bijna het huis niet uit durft. En de jongen van een jaar of tien, die ik jaren geleden eens uitnodigde om mee te gaan kijken naar een openluchtfilm en die dacht dat hij dat niet mocht, omdat hij Marokkaans was en dat Nederlanders hem maar lastig vonden. Ik kan wel huilen om zulke verhalen, maar zwaar is het niet voor mij.
Na de demonstratie gingen we naar huis, blij dat we hadden meegedaan aan de grootste demonstratie in de Bijlmer ooit. Met nieuwe inspiratie en hoop. En toch, nog steeds, bijna dagelijks, betrap ik mezelf erop dat ook ik racist ben. En dat ik eraan moet blijven werken, me bewust moet blijven van mijn eigen vooroordelen. Dat we vol moeten houden.

