Ik besefte dat te velen van ons theoretiseren vanuit het perspectief van de kolonisatoren. Ik herkende dit in mijn eigen persoonlijke ervaring; alleen al het feit dat ik mijn eigen moedertaal, het Yoruba, waarneem en onderzoek door de lens van een geadopteerde of vreemde taal in plaats van andersom, bewijst dit punt al.
Neem bijvoorbeeld de classificatie van relaties tussen mensen. Terwijl gender een belangrijke rol speelt in de meeste westerse talen, is in de Yoruba-taal senioriteit of junioriteit de belangrijkste graadmeter. Yoruba kent geen woorden voor broer of zus die indicatief zijn voor gender/geslacht. Egbon is een woord dat gebruikt kan worden voor zowel een oudere broer als een oudere zus, en Aburo is het woord voor een jongere broer of zus. Beide woorden duiden respectievelijk op senioriteit en junioriteit.
Kolonialisme
Ik ben opgegroeid in Lagos, Nigeria, en heb daar mijn lagere en middelbare school doorlopen. Nu ik terugkijk op mijn ervaringen tijdens mijn schooltijd, besef ik de sterke invloed van het kolonialisme of de vreemde cultuur (van de Britten), aangezien Nigeria gekoloniseerd werd door Groot-Brittannië. Op school werd Engels bijvoorbeeld beschouwd als de standaardtaal en was het voor alle leerlingen verplicht om uitsluitend deze taal te spreken. De lokale talen (voornamelijk Yoruba en in geringe mate Igbo, etc.) die inheems waren in de regio, werden beschouwd als vernacular (volkstaal) en het gebruik ervan werd zelfs bestraft als we erop betrapt werden.
Ironisch genoeg kregen we in diezelfde school les in sommige inheemse talen als vak, wat betekende dat we onze eigen moedertaal alleen mochten spreken tijdens deze lessen. De Engelse taal had dus een dominante invloed en een enorme ’taalruimte’ in mijn staat van herkomst, nog afgezien van de invloed die het al had op de vormgeving van het onderwijssysteem in Nigeria als geheel. Dit heeft zelfs geleid tot het ontstaan van de lingua franca genaamd Pidgin English.
Begrijp me niet verkeerd, ik snap de praktische kanten en de effectiviteit van het gebruik van één instructietaal om de diversiteit te overbruggen, aangezien een kleine minderheid van de leerlingen uit andere staten kwam, waar andere talen of dialecten werden gesproken. Maar dat het destijds zo’n dominante invloed had dat er bijna geen ruimte of tolerantie was voor het gebruik van andere talen die inheems waren in de regio binnen dezelfde leeromgeving, was een overschrijding. Een zeer goede vriend van mij schreef ook uitgebreid over iets in deze trant op zijn blog getiteld ‘Death of a Language’, die je kunt vinden via deze link: https://deleoladipupo.wordpress.com/2025/06/05/the-death-of-a-language/
Diversiteit in het Noëlhuis
Wonend in een omgeving omringd door diverse culturen en talen, is het niet ondenkbaar dat de Nederlandse cultuur een dominante rol kan innemen, en dat is begrijpelijk. Je zou kunnen denken dat dit komt doordat er ook veel factoren buiten de muren van de gemeenschap zijn die deze druk of invloed uitoefenen. Integratie is immers de belangrijkste drijfveer van de maatschappij (bij het opnemen van immigranten en vluchtelingen). Echter, wanneer ik kijk naar de culturele diversiteit binnen de Noëlhuis-gemeenschap, zie ik juist kansen om intercultureel te leren en kennis uit te wisselen, zolang culturen naast elkaar kunnen bestaan in dezelfde ruimte.
Ik pleit er op geen enkele wijze voor dat de cultuur die als dominant of superieur wordt beschouwd, moet worden onderdrukt. Maar in plaats daarvan deel ik mijn zorgen in een poging ons te laten nadenken over hoe culturen kunnen samenleven, zonder dat de ene de andere hoeft te overheersen.
Dus de vraag om de spreekwoordelijke sneeuwbal aan het rollen te krijgen is: hoe kunnen culturen meer openstaan voor co-existentie zonder dat de één zo’n superieure rol aanneemt dat deze de ander domineert? Hoe kunnen we ruimtes creëren waarin we wijsheden en ideeën met elkaar uitwisselen, die onze dominante denkkaders kunnen onderbreken? Wat kunnen we van elkaar leren?

