Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

De politieke fictie van grenzen

Nikki, 22/05/2026, Jaargang 38 nr. 1

Tijdens een van onze wakes bij de grensgevangenis van Schiphol las Sofie ‘Psalm’ van Wisława Szymborska voor. Dit gedicht raakte mij diep omdat het laat zien wat die plek probeert te ontkennen, dat grenzen geen eigenschap van de wereld zijn, maar een menselijke ingreep die voortdurend botst met hoe leven zich daadwerkelijk beweegt. Het zette me aan het denken over de racistische en dodelijke politieke fictie van grenzen en over waarom we zo hardnekkig in die fictie blijven geloven.

Psalm

O, hoe gebrekkig sluiten de grenzen van de mensenstaten!
Hoeveel wolkjes drijven straffeloos over,
hoeveel woestijnzand sijpelt niet van land naar land,
hoeveel steentjes rollen niet in provocerende sprongetjes
bergafwaarts naar vreemde landerijen.

Moet ik hier van elke vogel zeggen of hij overvliegt,
of juist neerstrijkt op de slagboom aan de grens?
Zelfs van een gewone mus hangt de staart al buitenslands,
terwijl zijn snavel thuis is. En stilzitten is er niet bij!

Van de ontelbare insecten beperk ik me tot de mier
die zich tussen de linker- en de rechterschoen van de grenswacht
niet geroepen voelt te antwoorden op diens ‘waarvandaan? waarheen?’

Ach, als je heel die chaos eens precies kon overzien,
op alle continenten tegelijk!
Smokkelt de liguster van de overkant niet net
blaadje nummer honderdduizend over de rivier?
Wie anders dan de inktvis met zijn brutaal lange armen
schendt de heilige zone van de territoriale wateren?

Is er eigenlijk wel sprake van enige orde,
als zelfs de sterren niet uit elkaar te houden zijn
zodat we nooit kunnen weten welke voor wie schijnt?

En dan nog dat verfoeilijke neerdalen van mist overal!
En dat stuiven van de steppe waar je ook maar kijkt,
alsof hij nergens recht doormidden wordt gesneden!
En die stemmen die op gedienstige luchtgolven weerklinken:
dat gepiep dat om iets roept, gepruttel dat iets betekent!

Waarlijk vreemd vermag alleen te zijn wat menselijk is.
De rest is gemengd bos, mollenwerk en wind.

– door Wisława Szymborska

Als ik spreek over politieke ficties heb ik het over gedeelde narratieven en symbolische constructen die betekenis en waarde organiseren en die soms (door herhaling en vaak ook geweld) gaan functioneren als de enig denkbare werkelijkheid. Politieke ficties zijn essentiële onderdelen van onze samenleving en we kunnen niet zonder, maar het is van belang dat deze ficties niet vastroesten en dat we kritisch blijven kijken naar welke werelden bepaalde politieke ficties creëren en ten koste van wie?

Szymborska’s gedicht legt de fictie van grenzen genadeloos bloot door haar te confronteren met alles wat zich niet laat disciplineren: wolken, zand, vogels, mieren, octopussen, stemmen, mist. Alles wat niet-menselijk is, negeert de grens moeiteloos. Zand schuift van land naar land, vogels vliegen zonder paspoort, rivieren smokkelen bladeren, een mier wandelt tussen de laarzen van de grenswacht door.

Het leven gelooft nou eenmaal niet in ons verhaal van racistische landsgrenzen. Alleen de mens doet dat. Ironisch genoeg is het juist ook de mens die maar niet wil geloven in de ecologische grenzen van de aarde, maar zich laat betoveren door de omnicidale politieke fictie van oneindige (dan wel niet groene) groei op een eindige planeet.

Vluchtelingen laten zien wat er gebeurt wanneer levende lichamen botsen met dode abstracties. In de logica van de staat worden vluchtelingen ‘illegaal’, ‘ongewenst’ en sinds de nieuwe wet zelfs ‘crimineel’. In de logica van de wereld zijn zij gewoon lichamen in beweging, levens die reageren op geweld, droogte, oorlog en armoede, vaak geproduceerd door dezelfde geopolitieke orde die hen vervolgens afwijst.

Grenzen als raciale filters

Hier raakt de Kameroense filosoof Achille Mbembe’s idee van necropolitiek de kern: grenzen zijn technologieën die beslissen wie mag leven en wie mag sterven, wie mag verdrinken en wie mag verdwijnen in wachtruimtes en detentiecentra.

De meeste grenzen die vandaag als vanzelfsprekend worden verdedigd, zijn ontstaan uit koloniale verdelingen en imperiale belangen. Dat sommige mensen die grenzen nauwelijks voelen terwijl anderen eraan sterven, is geen fout in het systeem, het is het systeem. Het is precies zo ontworpen. Dit is precies wat vluchtelingen ons laten zien, dat de wereld die wij hebben opgebouwd actief ongelijkheid produceert via lijnen die doen alsof ze neutraal zijn.

Het leven werkt niet volgens onze categorieën. Zij is relationeel, vloeibaar en voortdurend in wording. De beweging van vluchtelingen maakt die poreusheid zichtbaar, grenzen waren altijd al doorlaatbaar en kunnen alleen met enorm geweld tijdelijk worden gesloten. Zoals de octopus in Szymborska’s gedicht de territoriale wateren bespot, zo tonen vluchtelingen dat geen enkele staat ooit werkelijk eigenaar is geweest van beweging. Mensen bewegen omdat leven beweegt.

Pleidooi voor open grenzen

Een pleidooi voor open grenzen is daarom geen oproep tot grenzeloosheid, maar tot verantwoordelijkheid. Tot het erkennen dat we al met elkaar verweven zijn en dat grenzen die verwevenheid niet ongedaan maken, maar haar alleen gewelddadiger organiseren. Vluchtelingen laten zien dat de wereld al lang niet past binnen onze lijnen en dat het geweld aan de grens geen uitzondering is, maar een fundament.

Zoals één van mijn favoriete filosofen Bayo Akomolafe suggereert, vraagt deze tijd niet om betere oplossingen binnen hetzelfde kader, maar om het loslaten van het kader zelf. Om het durven falen van een wereldbeeld waarin veiligheid is gebouwd op uitsluiting.

Hoe lang blijven we vasthouden aan een verhaal dat alleen kan voortbestaan door mensen op te sluiten of te laten sterven? Zolang grenzen voor sommigen nauwelijks bestaan en voor anderen een doodvonnis zijn, kunnen we niet blijven spreken over veiligheid of noodzaak.

Een pleidooi voor open grenzen is daarom ook een antiracistisch pleidooi. Het weigert een systeem te accepteren dat vrijheid verdeelt langs huidskleur en herkomst. Veiligheid kan niet worden gebouwd op uitsluiting en vrijheid kan niet het privilege van enkelen blijven. Mobiliteit is geen gunst, maar een bestaansvoorwaarde van het leven zelf.

  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19