Ik vier niet vaak mijn verjaardag, maar afgelopen mei maakte ik een uitzondering. Ik werd 65 en zou vlak erna stoppen met mijn baan. Een dubbele mijlpaal dus. Voor het feest in de grote tuin van de Urbanuskerk had ik naast mijn Noëlhuis-familie ook mijn biologische familie uitgenodigd. Van het Noëlhuis kreeg ik een geweldig cadeau: een speciale biografische editie van ‘n Korrel Zout met interviews en columns van huisgenoten die me redelijk van haver tot gort kennen.
Om het ijs te breken tussen mijn ‘twee families’ nodigde ik iedereen uit voor een cirkeldans waarin men telkens van partner moest wisselen; en dat op de disco-klassieker van Sister Sledge, ‘We are family’. Binnen enkele tellen was het één grote chaos, iedereen danste en lachte. Bij het kampvuur hebben we tot in de late uurtjes met elkaar gegeten, gedronken en gedanst.
Glitter
Een paar maanden later ging ik naar de Pride-kerkdienst in de Keizersgrachtkerk. Tot mijn verrassing werden we bij de ingang verwelkomd door de klanken van ‘We are family!’ De organisatoren hadden leden van de ‘House of Bodega’, een groep van LHBTI’ers uit Amsterdam Zuidoost die een ‘ballroom house’ vormen, uitgenodigd om samen de viering in te vullen. Ballrooms zijn ontstaan binnen de Afro-Latino LHBTIQ+-gemeenschap in New York. Tijdens evenementen (‘balls’) nemen leden van verschillende ‘houses’ het tegen elkaar op in optredens met een mix van dans en drag. Een house is een chosen family, hoorde ik.
De House of Bodega had het verhaal van David en Goliath uitgekozen om hun persoonlijke worsteling met uitsluiting en het hervinden van jezelf uit te beelden. David was een ranke danser/es in een regenboogkleurig glitterjurkje. Een aantal dansers in militair uniform beeldden met hoekige, snelle bewegingen Goliath uit. Het oude bijbelverhaal kreeg zo allerlei verschillende lagen mee: een strijd tegen rigide, autoritaire structuren die het leven belemmeren; een gevecht om de vrijheid om jezelf te kunnen zijn.
Het samenkomen van heel verschillende werelden – die van kerk en ballroom – leverde geen clash op, maar leidde tot verdieping en wederzijdse verrijking. Ik was diep ontroerd.
Een feestmaal
Bijna iedereen die het Noëlhuis op een gegeven moment verlaat, zegt dat ze hier een familie hebben gevonden in Nederland. Belangrijker misschien nog dan onderdak en voedsel, besef ik, is het om opgenomen te zijn in een gemeenschap waarin je mag zijn wie je bent, waar je je veilig en geborgen weet. Dorothy Day schreef in haar autobiografie: “We kunnen God niet kennen tenzij we elkaar liefhebben. […] We herkennen Hem wanneer we brood met elkaar breken. We leren elkaar kennen wanneer we brood met elkaar breken en we niet langer alleen zijn. De hemel is een feestmaal en het leven is ook een feestmaal, zelfs met alleen een korstje brood, wanneer kameraadschap heerst.”

