Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

Vruchtbare angst

Merle, 27/11/2025, Jaargang 37 nr. 2

Zolang ik me kan herinneren, heb ik veel met angst te maken. Angst voor ongelukken, lintwormen, ziektes, overgeven, verandering en de dood – een fijnmazig web van angsten. Het leven is fragiel. Dat is een van mijn zekerheden in het leven. Het voelt niet alsof ik daar ooit bewust voor gekozen heb. Waarschijnlijk delen de meeste mensen het inzicht in de fragiliteit van het leven. Ik begrijp alleen niet waarom de meeste mensen vrijer van angst lijken te zijn en het leven minder als bedreigend lijken te ervaren.

In het leven van een lafaard wordt men bij bepaalde adviezen bijzonder alert. Zoals dat angst geen goede raadgever is, of dat je moet oefenen in het vertrouwen op God. Ik wil me niet tegen deze adviezen verzetten. Maar ik denk dat ze meestal niet helpen en dat ze iets proberen te verdoezelen. Ik vertrouw op Gods liefde, maar ik vertrouw er niet op dat alles goed komt. Angst kun je niet uit je leven verdrijven met de vuist van het vertrouwen. En angst is ook niet het tegenovergestelde van vertrouwen in God.

Liefde en angst

Voor mij is liefde onlosmakelijk verbonden met angst. Als ik liefheb, dan ben ik bang. Vaak weet ik dat ik van mensen houd als ze in de zorgelijke minuten voor het inslapen of na het ontwaken in mijn gedachten opduiken. Deze bezorgdheid om mensen is vaak moeilijk te verdragen. Maar het is een teken en een consequentie van liefde die je moet dragen, althans voor mij. Want als je bij iemand hoort, echt zus en broer voor elkaar bent, dan kun je niet anders dan bang zijn voor de ander, je bewust zijn van zijn of haar breekbaarheid, toch? 

Je kunt met goede redenen stellen dat de angst zelf het leven van de geliefde geen minuut verlengt. Integendeel, het kan een last worden, niet alleen voor de angstige persoon, maar ook voor de ander. Angst kan egoïstisch, kleingeestig en bekrompen zijn en mensen handelingsonbekwaam maken. Daar hoeven we niet over te twisten. Er is juist veel discipline en moed nodig – vooral in de liefde – om je angst in toom te houden en te voorkomen dat deze een verlammende last wordt voor jezelf en voor anderen.

Angst is bij uitstek een, of zelfs hét instrument van onderdrukking. Tirannieke machten, zowel groot als klein, gebruiken angst voor pijn, vernedering, isolatie en dood, om het verzet van mensen te breken. Dit is vooral succesvol wanneer mensen bang zijn voor hun dierbaren. Je hier overheen zetten en toch in verzet komen voor je eigen geweten of abstracte medemensen lijkt een bijna onmogelijk offer te zijn. Dezelfde dimensie van angst, namelijk om geliefden te verliezen, kan echter niet alleen verlammend werken, maar ook een zorgzame en beschermende kracht zijn. Een kracht die zich vurig inzet voor het leven van een ander en een beschermende muur is tegen onverschilligheid. Mensen nemen ongelooflijke risico’s, met marteling en de dood op de koop toe, omdat ze liefhebben, uit angst voor hun kinderen, hun partners, voor zussen of vrienden.

Dan maar naar de gevangenis

Als ik denk aan het nieuwe Gemeenschappelijk Europees Asielstelsel, aan de Asielnoodmaatregelenwet waar beperking van gezinshereniging en strafbaarstelling van illegaliteit deel van uitmaken, dan slaat mijn toch al sterke abstracte angst voor een rechts Europa om in een persoonlijke angst voor mijn dierbaren. Voordat de criminalisering van hulp aan geillegaliseerden door een novelle werd geschrapt om de christelijk-rechtse partijen te sussen, hoorde ik van alle kanten van supporters, unaniem, dat ze zich zouden blijven inzetten voor mensen in deze situatie, dat ze zouden blijven helpen en dat ze mensen thuis zouden blijven opvangen. Ook al zou dat strafbaar worden, het werk bemoeilijken en persoonlijke gevolgen kunnen hebben. De straf hiervoor is in Nederland met gevangenisstraffen van maximaal 6 maanden en een strafblad nog steeds relatief mild. En hoe dan ook, een dergelijke – nogal onwaarschijnlijke – gevangenisstraf als gevolg, leek kennelijk voor een (groot?) deel van de samenleving een nobel offer. Ik leef ook nog eens in een gemeenschap waar gevangenisstraffen een bovengemiddeld hoog aanzien genieten. Ik merkte iets bij mijzelf, namelijk dat ik nog nooit eerder zo weinig angst heb gevoeld om eventueel naar de gevangenis te gaan. 

Niet omdat ik het zinvol vind of het als een daad van ongehoorzaamheid beschouw. Maar omdat het me op de een of andere manier niets meer kon schelen. Omdat de dreiging voor een aantal dierbare mensen veel groter is en mijn angst voor hen alle banale zorgen overschaduwt. De afgelopen maanden geven ook een heel klein beetje hoop te midden van de grote comeback van het fascisme: we kunnen angsten die ons tegenhouden overwinnen als we medemensen worden en we ons om elkaar zorgen maken. De persoonlijke zorg voor mensen die je kent en die door de staat en de samenleving steeds meer worden vernederd, ontmenselijkt en buitengesloten, is voor velen sterker dan de angst voor de strafrechtelijke gevolgen voor hun eigen leven. De angst uit liefde maakt ons moedig en bereid om in actie te komen. En het doet me vermoeden dat deze zorgzame angst verzet vereist en ons aanmoedigt: niet alleen tegen de dagelijkse verleiding om ons op allerlei manieren tegen onze medemensen te keren, bang voor hen te zijn in plaats van voor hen te zorgen, maar ook tegen de machten en krachten die aanleiding geven tot bezorgdheid omdat ze mensen kapot maken. 

In het boek ‘Leven en lot’ van Vasili Grossman is er middenin een Duits concentratiekamp de gevangene Ikonnikov-Morsch, zelf slachtoffer van de nazi-ontmenselijking. Hij is het enige personage dat, met zijn handen nog vol klei van het bouwen, zichzelf genadeloos confronteert: “Ik bouw aan een vernietigingskamp en ik ben verantwoordelijk tegenover de mensen die vergast zullen worden. Ik kan ‘nee’ zeggen! Wat voor macht kan me dat verbieden, als ik in mezelf de kracht vind om niet bang te zijn voor liquidatie? Ik zeg ‘nee’”. Ik beweer dat ook de ongelooflijk moedige Ikonnikov-Morsch uiteindelijk deze radicale stap zet uit liefdevolle angst: uit angst om zich schuldig te maken en tegen medemensen te handelen die hij niet eens kende.  

Zorgvuldige kracht

We kunnen niet iedereen leren kennen die onze persoonlijke angst waard is. Je zou kunnen zeggen dat solidariteit het antwoord is op onverschilligheid tegenover onbekenden. En ik denk dat ook in solidair engagement de zorgvuldige kracht van angst schuilt. Namelijk de angst om niet-menselijk, ja zelfs onethisch en wegkijkend te handelen. Om medeplichtig te worden aan het mensonterende, om zoals Pilatus je handen in onschuld te willen wassen.

Ik bid dat zo’n moment voor mij nooit zal komen. Een moment waarop het volkomen duidelijk en drastisch is: kiezen voor medemenselijkheid of toch voor je eigen veiligheid, of zelfs voor je eigen leven. En ik bid dat ik, mocht dat moment toch komen, zou kunnen kiezen voor de angst voor mijn medemensen, voor de angst voor onmenselijkheid. Ik zeg dit wetende dat dit soort beslissingen op kleine schaal bijna dagelijks moeten worden genomen.

Als ik met de kennis van de kracht van liefdevolle angst naar het gebod ‘Heb uw naaste lief als uzelf’ kijk, lees ik ook nog een opdracht: mezelf openstellen voor een groot aantal mensen, hen tot geliefde medemensen laten worden en daarmee opnemen in de zorgzame en persoonlijk bedoelde angst, in de angst die ons ertoe aanzet om voor elkaar op te komen tegen bedreigingen. Hier in huis, als gevolg van de gastvrijheid, maak ik vaak de te verwachten ervaring: hoe vreemden, voor wier problemen en behoeften je misschien zelfs soms bang bent, naasten worden over wiens welzijn je je zorgen maakt. Ik vind het steeds weer moeilijk om echt open te zijn als iemand aankomt met problemen waarvan ik denk dat ik niet de kracht, het vermogen of de capaciteiten heb om ze ter harte te nemen. Er steeds weer aan herinnerd worden om in de vreemde een naaste te zien, de menswording een kans te geven, je oren te openen voor de zorgen en angsten van anderen en je te verbinden met mensen in onzekerheid, is waarschijnlijk een uitdagende levenslange opdracht.

Een empathische God

Zelfs als ik in dit artikel erin slaag om angst als iets vruchtbaars voor te stellen en daarmee voor een ‘breder’ publiek te rehabiliteren: het blijft mijn persoonlijke zwakke punt, dat mij en anderen irriteert. En waar ik met discipline aan moet werken. Ik geloof echter dat onze zwakke punten ook een bijzondere openheid voor Gods werk kunnen bieden en ons kunnen openstellen voor de relatie met God. De tweede brief aan de Korinthiërs spreekt mij vaak aan: ‘Mijn genade is voor u genoeg, want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht.’ Ik denk aan Jezus, die in doodsangst bloed zweet en op het moment van zijn dood bidt: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten?’ Aan Jezus, door wie God volledig mens werd en daarmee het mens-zijn tot in de pijnlijkste hoeken heeft doorgrond. Die de onvoorstelbare pijn aan het kruis, het gevoel van definitieve verlatenheid, verraad, machteloosheid en pure angst heeft ervaren. Omdat ik geloof dat God door Jezus de kwetsbaarheid van het mens-zijn in zijn diepste essentie heeft ervaren, geloof ik in een empathische God. Een God die ons ziet wanneer we angstig beven om onze geliefde naasten, die ons in deze vreselijke kwetsbaarheid aanvaardt. En een God die ons in en met deze angst zorgzaam, weerbaar, toegewijd, moedig en dapper kan maken.

 

  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19