Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

Imperfecte gastvrijheid 

Merle, 22/05/2025, Jaargang 37 nr. 1

Anderhalf jaar geleden kwam ik voor het eerst aan bij het Noëlhuis. Ik belde aan en iemand boven opende via de intercom de deur van het trappenhuis. Ik zal nooit weten wie het was, want toen ik bij de voordeur kwam, liep ik binnen zonder dat iemand mij opwachtte.

Ik leunde met mijn rugzak tegen de kapel, trok mijn wandelschoenen uit en liep een beetje verloren en op mijn sokken – wat wist ik van de gebruiken – in de richting van de geluiden, de keuken. Ik zag de bevlekte keukenvloer vol kruimels en had meteen zin om te gaan vegen en dweilen. Nadat de gestreste kokkin, die ook nog eens belaagd werd door een vijfjarige tweeling, me mijn kamer had laten zien, kon ik helpen met het snijden van groenten. Toen iemand me mijn schoenen bracht – die had ik immers bij de kledingdonaties geplaatst, heel riskant – voelde ik me al iets minder vreemd. Soms komen wensen onverwacht snel uit: na het eten wees de weekvoorzitter me tijdens de wekelijkse huisvergadering verontschuldigend de keukenvloer toe – het is namelijk gebruik dat nieuwkomers de vloer als schoonmaaktaak krijgen.

Brok in de keel

Ik moet vaak terugdenken aan die eerste momenten waarin ik me gedesoriënteerd en verloren voelde. Bijvoorbeeld wanneer ik de voordeur open en dan snel weer de keuken inloop wanneer ik aan het koken ben. Of wanneer ik gasten kortaf begroet om dan verder achter mijn verfrommelde to-do-lijst aan te jagen. Of wanneer ik de keukenvloer als taak geef aan een nieuwkomer of een gestresste huisgenoot.

‘s Avonds heb ik echter soms een brok in mijn keel. Omdat te midden van het vaak overweldigende aantal sociale interacties, mijn behoefte om me terug te trekken of mijn eigen somberheid, angst of klein verdriet over conflicten me verhinderden om echt gastvrij en hartelijk te zijn. Ik had een luisterend oor kunnen bieden aan iemand die dat nodig had, maar deed dat niet.

Het Noëlhuis noemt zich een huis van gastvrijheid. Wanneer iemand een paar nachten in de logeerkamer verblijft en kan eten en drinken wat hij of zij wil, lijkt de gastvrijheid genereus en vriendelijk. In andere gevallen lijkt ze koel en beperkt, bijvoorbeeld wanneer iemand na weken logeren geen nieuwe verblijfplaats heeft gevonden en toch moet vertrekken. Het klinkt misschien ironisch, maar ik kan me voorstellen dat de gastvrijheid in dit huis soms een beetje versleten, onachtzaam of zelfs onpersoonlijk aanvoelt. Misschien ook logisch als je bedenkt hoeveel mensen in meer of mindere mate gebruik maken van het huis. 

Gastgever en gast

Hoe meer ik erover nadenk, hoe complexer en gelaagder de gastvrijheid van het Noëlhuis voor mij is. Onze gastvrijheid beperkt zich niet tot gasten die op bezoek komen; het strekt zich ook uit tot onze huisgenoten. Het is te hopen dat het hen lukt om na hun vertrek hier een minder precair bestaan op te bouwen. Ik merk dat ik er vaak maar liever niet aan denk dat er een limiet staat op de tijd dat sommige huisgenoten hier kunnen blijven wonen. Ik vind het moeilijk om afscheid te nemen van mensen, vooral wanneer het maar de vraag is of ze de zorg en aandacht zullen vinden na hun vertrek die ze verdienen. Dit confronteert mij ook met het duidelijke onderscheid tussen ‘gastgever’ en ‘gast’. 

In het Noëlhuis omvat het woord ‘gast’ bewoners die hier al enkele jaren wonen, familieleden die op bezoek zijn, mensen die hier overdag komen om een wasje te draaien of te douchen, mensen die dagen of weken in de logeerkamer verblijven, voormalige bewoners die op bezoek komen, maar ook mensen die gewoon even binnenwippen voor een snelle maaltijd. Het feit dat zoveel verschillende mensen op zoveel verschillende manieren kunnen delen in het huis en zijn gastvrijheid is uiteindelijk een deel van zijn schoonheid.

Zout in de wonde

Ook de bewoners van dit huis die zich ‘geroepen voelen’ om hier te leven en geen deadline hebben om te vertrekken, kunnen niet claimen dat deze plek van hen is. Niemand heeft hier volledige zeggenschap, in tegenstelling tot mensen met een eigen woning. Desondanks spreken velen over het Noëlhuis als hun ‘familie’. Soms gebeurt dat gewoon spontaan, wanneer iemand in een goede bui is; vaak ook wanneer iemand vertrekt of na jaren elders gewoond te hebben nog steeds het gevoel heeft verbonden te zijn. Dat verwarmt mijn hart. Tegelijkertijd is het ook zout in de wonde: als iemand rouwt, in nood is of het systeem hem of haar dreigt te verpletteren, zou de wereld eigenlijk stil moeten staan.

Waarachtige en liefdevolle families zijn uiteindelijk een netwerk dat mensen nabij blijft en nooit onverschillig reageert. Een netwerk dat onvoorwaardelijk zorgzaam en toegewijd is. In het Noëlhuis daarentegen liggen ernst en banaliteit vaak absurd dicht bij elkaar. Regelmatig valt iemands wereld uiteen. Soms hebben we dat niet eens door, andere keren wel en wordt met medeleven gereageerd. Maar het dagelijks leven gaat altijd door, met schoonmaaktaken, kookbeurten, dagelijkse irritaties, feestjes, donaties die binnenkomen en acties.

Tot elkaar geroepen

Het Noëlhuis laat me steeds weer zien dat we op veel verschillende manieren tot elkaar geroepen zijn. Ik denk dat we als huisgenoten geroepen zijn om elkaar te verdragen, elkaar bij te staan, elkaar vrijheid te geven, onze eigen grenzen te verkennen en elkaars grenzen te respecteren. Ten diepste zijn we allemaal medemensen van elkaar en geroepen tot wederkerige gastvrijheid.

Onze gastvrijheid is waarachtig als we de ander helpen zich comfortabel en aanvaard te voelen, als we meer van onszelf geven dan strikt noodzakelijk is, als we iets persoonlijks delen, als we onszelf kwetsbaar opstellen en als we voor iemand zorgen. En we zijn gasten als we erin slagen de grenzen van anderen niet alleen te respecteren, maar ook te beschermen; als we met aandacht, zorg en openheid accepteren wat ons wordt aangeboden. In die zin is gastvrijheid voor mij een houding waartoe ik steeds opnieuw geroepen wil worden en die mij radicaliseert. We mogen nooit de persoonlijke, aandachtige en gelijkwaardige waarde ervan verloren laten gaan in de ‘organisatie’ van het Noëlhuis. Een ‘Huis van Gastvrijheid’ is voor mij dus niet zozeer een gegeven, eerder een term die mij wijst op de roeping die elk mens heeft.  

Een van deze geringsten

Als christenen spreken over gastvrijheid voor ‘vreemdelingen’, verwijzen ze vaak naar het evangelie van Matteüs 25:40: “Alles wat jullie gedaan hebben voor een van de geringsten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor Mij gedaan.” Intuïtief, en waarschijnlijk ook ideologisch, concentreer ik me op vers 45 van Matteüs 25: “Alles wat jullie voor een van deze geringste mensen niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor Mij niet gedaan.” 

Ik heb moeite met het idee dat meelevende of levensbevestigende handelingen begrepen moeten worden als handelingen die men Christus zelf betoont. Of nog meer: om Christus zelf te zien in elke medemens in nood. Het voelt voor mij alsof het doen van medemenselijkheid dan wordt gebruikt voor het opbouwen van geestelijk kapitaal. Maar ieder mens is onze inzet waard – ook al projecteren we Christus niet in diegene. 

Ik geloof echter wel dat we persoonlijk tegen Christus ingaan als we onze naaste, die in de positie van de minste is terechtgekomen, verwaarlozen. Ook al loopt de een veel meer risico dan een ander om in nood te raken, toch geldt dat dit ons allen kan treffen. Ieder van ons schiet tekort en is kwetsbaar. En daarom kan ook ieder van ons de troost ervaren dat Christus elk onrecht dat ons overkomt persoonlijk neemt.

Natuurlijk besef ik dat de term ‘de geringste’ ook een politieke lading heeft; het gaat om iemand die sociaal gemarginaliseerd is en wiens waardigheid onder vuur ligt. Als ik denk aan het rechtse heden en de toekomst in heel Europa, aan hoe mensen als een bedreiging worden gezien, aan hoe vijandig, technocratisch en zonder inlevingsvermogen over ‘irreguliere migratie’ wordt gesproken – dan denk ik aan alle dierbaren die de gastvrijheid in het Noëlhuis met mij delen en vrees ik voor wat hen te wachten staat. Dan kan ik niet anders dan onze ietwat versleten gastvrijheid voor gemarginaliseerden zien als een liefdevol en zorgzaam verzet; een verzet dat op zijn minst beseft: wat we nalaten voor elkaar te doen, laten we na aan Christus te doen. En dat doet me bidden dat er in het steeds guurder wordende sociale klimaat een grote verscheidenheid aan gastvrijheid mag opbloeien.

  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19