Skip to content
Korrel Zout  | Catholic Worker Amsterdam

Korrel Zout | Catholic Worker Amsterdam

Jeannette Noëlhuis

  • Archief
    • Jaargangen
    • Dossiers
  • Aanmelden
  • Agenda
  • Steun ons
  • Noelhuis
  • Facebook
  • Instagram

Tasha’s verhaal

Nikki, 22/05/2025, Jaargang 37 nr. 1

Ik ben op het politiebureau met een Oegandese vrouw van 25 jaar. Ze heet Tasha en woont al een jaar bij ons, samen met haar zoontje die hier is geboren en opgegroeid. Tasha is bang, ze is nog nooit in aanraking geweest met de politie, ik zelf al regelmatig. Tasha heeft nog nooit bewust een wet overtreden, ik gister nog. En toch zitten we hier niet voor mij maar voor haar. Ze geloven haar verhaal niet. Ze wordt verdacht van oplichting. Ik mag mee naar binnen en zit naast haar als ze zich voor de zoveelste keer moet verantwoorden, haar verhaal moet vertellen tegenover twee vreemde mensen in uniform die vragen op haar blijven afvuren alsof ze een crimineel is.

Het is heel bijzonder als mensen het vertrouwen voelen om hun verhaal met jou te delen en het zijn altijd verhalen die je niet meer loslaten, maar je achtervolgen, je ondervragen en je blik op het leven veranderen. Toen Tasha mij haar verhaal vertelde, spoorde ik haar aan om het op te schrijven en dat is ze gaan doen, vanuit haar appartementje in Enschede waar ze nu woont samen met haar zoontje Jayden. Ik mag hier een klein stukje met jullie van delen voor deze nieuwsbrief.

Op de vlucht

Ik ben Tasha uit Oeganda en dit is mijn verhaal. Ik groeide op in een gelukkige familie met veel broertjes en zusjes. Op een dag toen ik nog op school zat, werd mijn 16-jarige zus gedwongen om te trouwen met een oudere man. Zij kreeg een kind en kort daarna beëindigde zij haar leven. Toen kwamen ze voor mij op school en moest ik voor de oude man en het kindje zorgen. Ik dacht dat het tijdelijk was, maar toen bleek dat mijn familie mij had geofferd en dat ik moest blijven. Ik vertelde ze dat ik terug naar school moest, maar zij zeiden dat ik moest wachten. Ik wachtte zoals zij mij zeiden en de oude man kwam mijn kamer binnen toen ik sliep en verkrachtte mij. Na die eerste keer bleef hij terugkomen en ik kon niet ontsnappen.

Mijn vader kwam regelmatig om geld te ontvangen van de oude man. Na een tijdje ontdekte ik dat ik zwanger was en kreeg een tweeling. Ik was toen 15 jaar. Op dat moment was ik te boos over mijn leven en wilde ik mijn pasgeboren baby’s niet eens zien. Ik richtte de woede die ik eigenlijk voelde voor de oude man op mijn baby’s. Mijn moeder heeft ze toen meegenomen om er voor te zorgen. Op mijn 17de werd ik gedwongen om met de oude man te trouwen. Hij had nog drie andere vrouwen en kinderen die ouder waren dan ik. Ik dacht erover om mijn leven te beëindigen om te ontsnappen uit deze pijnlijke hel, maar een van zijn oudere zoons gaf mij hoop. Hij hielp mij om een visum te krijgen voor Turkije om daar samen met mijn tante tassen te kopen die we verkochten in Oeganda. Ik was eindelijk weer even vrij, maar al snel werd mijn tante getroffen door covid en overleed. Toen was ik gedwongen weer terug te keren naar mijn leven van gedwongen seks en andere mishandelingen.

De zoon van de oude man bleef mij helpen en vroeg mij geduld te hebben omdat hij een ander plan had, maar ik moest het geheim houden. De zoon regelde alles, want ik mocht zelf het huis niet uit. Hij regelde een visum, een paspoort en een vliegticket naar Italië. Dit maakte me zo blij en deed me denken aan wat mijn oma altijd zei: “Het is altijd met één stap dat de reis begint voor een mijl.” En met die eerste stap en de kracht van God ging ik op weg. De zoon gaf mij een paar dingen om mee te nemen, maar drukte mij op het hart dat ik geen contact met hem mocht opnemen voor mijn eigen veiligheid en dat ik er van nu af aan alleen voor stond. Ik was toen 22 jaar oud.

Engelen onderweg

Ik maakte de reis naar Italië en toen ik daar aankwam zag ik dat de wereld er anders uitzag dan in mijn land. Iedereen was bezig met zijn eigen dingen en je kon niemand om hulp vragen. Ik zag dat iedereen naar het busstation liep, dus daar ben ik gaan zitten en ik begon te huilen. Na een tijdje kwam er een Gambiaanse man naar mij toe en die vroeg mij wat ik hier kwam doen en waarom ik huilde. Hij vertelde mij dat hij een Oegandese vrouw kende waar hij samen de taal mee had geleerd. We zijn daar toen samen heen gereisd, een treinreis van 8 uur, hij betaalde mijn ticket. De Oegandese vrouw heeft mij opgehaald van het busstation en meegenomen naar haar huis. Ik heb veel te danken aan deze vrouw en ze is mij zelfs nog een keer komen opzoeken in het Noëlhuis. Maar vlak daarna kreeg ik bericht van de zoon van de oude man dat hij erachter was gekomen en mij zou gaan zoeken in Italië, dus ik moest weer verder vluchten.

Ik heb toen de Flixbus gepakt en kwam in Duitsland terecht, maar het was daar zo raar, allemaal dronken mensen met rokjes aan (dit bleek het Oktoberfest), dus toen heb ik weer een Flixbus gepakt en kwam ik in Nederland terecht. Op Sloterdijk ben ik weer gaan zitten wachten in mijn zomerjurkje in de kou. Na een tijdje kwam er een vrouw voorbij lopen die aan het zingen was en ze zong in mijn taal, dus ik vroeg haar of ze mij kon helpen. Zij belde het Rode Kruis en die regelde onderdak en bracht mij naar het Wereldhuis. Het Wereldhuis heeft mij enorm geholpen. Ik kende niemand, maar zij stonden voor mij klaar. Zij waren als familie, ze waren alles in mijn leven, want ik had niemand. Via het Wereldhuis kon ik bij mensen thuis verblijven.

Thuis komen

Ik ontmoette een Nederlandse man van mijn eigen leeftijd en ontdekte al snel dat ik weer zwanger was. Ik verhuisde in die tijd nog van plek naar plek, maar toen ik bijna moest bevallen kwam ik bij het Noëlhuis terecht. De plek waar ik voelde dat ik thuis was. Ik genoot van het gemeenschapsleven en dat er altijd iemand was, het voelde alsof ik een moeder had en een vader en zussen en broers. Ik was eindelijk thuis. Het Noëlhuis hield van mij, het is de enige plek waar ik mij veilig voelde. Mijn kleine zoontje en ik brachten daar zijn eerste jaar door en ik heb er voor het eerst van mijn leven mijn verjaardag gevierd.

Toen ik een tijdelijke verblijfsvergunning kreeg ging ik op zoek naar een huisje. Dat is niet makkelijk in deze tijd, maar ik was vastberaden en had wel 20 apps op mijn telefoon om te zoeken naar een huis, ik had er echt een sport van gemaakt. Na een paar maanden had ik beet, een appartementje helemaal aan de andere kant van het land. Vlak voordat ik zou verhuizen kreeg ik een brief van de politie en moest ik op verhoor komen. Toen ik helemaal was verhuisd en op mijn eigen benen kon staan trok de IND mijn verblijfsvergunning in en werd mijn uitkering stop gezet en mocht ik niet meer werken. Alles wat ik had opgebouwd dreigde in elkaar te storten, bovendien was ik bang dat ze bij mijn huis zouden komen om mij terug te sturen naar mijn land, waar ik zeker vermoord wordt door de oude man.

We gingen in hoger beroep en ondertussen probeerde ik de huur te blijven betalen met geld van het Noëlhuis en mijn kinderbijslag. Toen ze bij de gemeente vroegen wie mij onderhield zei ik mijn zoon van 1 jaar, want met de kinderbijslag betaalde ik ons huisje en ons eten en drinken. 7 november vorig jaar kwam eindelijk het verlossende woord, mijn bezwaar was gegrond en ik kreeg een verblijfsvergunning. Bij het Noëlhuis hebben ze de vlag uitgehangen. 

Ik krijg nu drie dagen in de week Nederlandse les en leer om te fietsen in het centrum van Enschede. Ook heb ik inmiddels een goed contact met mijn tweelingdochters in Oeganda. Regelmatig kom ik naar Amsterdam om bij de farm of het Noëlhuis langs te gaan, ik was er met kerst en oud & nieuw en hoop er ook weer mijn verjaardag te vieren. Mijn droom voor de toekomst is om te studeren en in een kinderdagverblijf te werken. Ook wil ik mijn verhaal opschrijven en met mensen blijven delen.

 

  • Facebook
  • Instagram

020-6998996
noelhuis@antenna.nl
Dantestraat 202
1102 ZR Amsterdam
IBAN NL10 TRIO 0379 2032 ‍19